Print Friendly, PDF & Email

Oplossingsgerichte therapie

Bij Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten weten we niet waardoor de klachten veroorzaakt worden. We weten wél wat we hebben moeten inleveren en weer zouden willen kunnen. In de oplossingsgerichte therapie houdt men zich minder bezig met de lichamelijke klacht zelf, maar vraagt men de mensen allereerst wat ze zouden willen bereiken. Het uitgangspunt is dan ook:

‘De aandacht vooral te richten op de doelen in de toekomst die voor iemand belangrijk zijn. Het kan gebeuren dat de oplossingen die bedacht worden niets met de klacht te maken hebben. Toch kunnen ze er voor zorgen dat de klacht vermindert.’
Aandacht voor het positieve

Oplossingsgerichte therapie is gericht op concrete doelen die in de toekomst liggen. In de oplossingsgerichte therapie wordt de invloed van de klacht niet ontkend, maar wordt de meeste aandacht besteed aan die momenten waarop de invloed van de klacht het minst groot is. Die momenten waarop iemand kan doen wat hij wil zonder teveel gehinderd te worden door de klacht, die worden goed onderzocht. Op die momenten zijn namelijk de oplossingen te vinden. Het is de bedoeling meer van deze momenten te kunnen creëren. Zo worden tegelijk de gevolgen van de lichamelijk klacht juist zo klein mogelijk gemaakt.

Wondervraag

In de oplossingsgerichte therapie stelt men vragen over de toekomst, zoals de wondervraag: hoe zou je leven eruit zien als er vannacht een wonder gebeurde, zonder dat je het wist en je werd morgen wakker zonder je klacht? Waar zou je het eerste aan merken dat de klacht weg is? Welke dingen zou je gaan doen? Zo wordt al snel duidelijk welke doelen je eigenlijk hebt. De wondervraag geeft mensen de kans om nieuwe oplossingen te ontdekken, die passen bij zijn of haar leven.

Een voorbeeld:
Iemand met ernstige maar onverklaarde rugpijn die erg van tuinieren houdt, wordt de wondervraag gesteld. Stel dat hij morgen zonder rugpijn wakker zou worden, waar zou hij dat dan aan merken? Hij vertelt dat hij ’s ochtends veel gezelliger wakker zou worden omdat hij even met de buren zou gaan kletsen. Vroeger stond hij vaak even met de buurman bij de heg in de achtertuin te praten, als zij beiden in de tuin bezig waren. Ook zou hij het achterstallige onderhoud van de tuin aanpakken, er moeten nog veel planten uit.

Tijdens de behandeling wordt duidelijk dat de man met de rugpijn graag in de tuin bezig is om verschillende redenen. Niet alleen houdt hij ervan om de tuin mooi te maken, ook vindt hij de gezelligheid met de buren belangrijk. Hij neemt zich voor wat vaker de tuin weer in te gaan, ook al kan hij een aantal van de klussen daar niet meer doen. Vanaf dan gaat hij regelmatig lezen in de tuin. Nu hij weer meer in gesprek met de buurman raakt, vertelt hij hem ook over zijn rugpijn. De buurman biedt aan een deel van de klussen in de tuin over te nemen.

Dit aanbod heeft hij geaccepteerd. Nu hij zelf deze lastige klussen niet meer doet raakt zijn rug minder belast en merkt hij dat de pijn wat afneemt. Omdat hij niet graag stil zit terwijl een ander voor hem bezig is in de tuin, helpt hij een beetje mee. Hierbij let hij op dat hij die klussen doet waarvoor hij minder hoeft te bukken. Het blijkt goed te werken voor zijn rug, om weer wat meer op een goede manier in beweging te zijn. Ook de afleiding door de gezelligheid helpt hem om minder last te hebben van de pijn in zijn rug die nog overblijft. Vaak maakt hij lunch voor hem en de buurman of bereid hij de barbecue voor. Na deze ervaring begint hij in het algemeen beter op te letten wat hij wel en niet doet, en gunt hij zijn lichaam de nodige rust maar ook de nodige beweging.